Donderdag
Wat is gronden en hoe doet u het?
Energie en balans 4 min leestijd
Door Sanne Vermeulen, redactie en begeleiding nagezien door Mark Rademaker, eindredactie praktijkbureau
Gronden is uw aandacht terugbrengen naar uw lichaam en de ruimte om u heen, zodat u minder meegaat in de stroom van prikkels en gedachten. Twee oefeningen van drie minuten.

Gronden is uw aandacht terugbrengen naar uw lichaam en de plek waar u staat. Als u gegrond bent, merkt u prikkels en gedachten op zonder er door meegetrokken te worden. Het duurt drie minuten en u kunt het overal doen.
Waarom verliest u uw grond?
Uw aandacht is gemaakt om naar bedreigingen en taken te springen. Op een dag vol meldingen, verzoeken en zorgen staat uw aandacht vrijwel continu in de toekomst of in andermans agenda. Het resultaat is een bekend gevoel: u bent aanwezig maar niet gevestigd, uw hoofd vol en uw voeten bijna vergeten. Gronden keert die volgorde om: eerst het lichaam, dan de wereld.
Hoe voelt het om gegrond te zijn?
Gegrond zijn voelt niet zweverig maar juist stevig. U voelt uw voeten op de vloer, uw gewicht dat gedragen wordt, uw adem die vanzelf loopt. Gedachten komen en gaan maar ze trekken u niet mee. De meeste mensen beschrijven het als "er weer zijn" of "landen in de dag". Het is geen trance en geen ontspanningsoefening die u moet presteren; het is aandacht verplaatsen.
Welke oefening van drie minuten werkt?
Zet uw voeten op de grond, schoenen uit als het kan. Voel drie contactpunten: hielen, bal van de voet, tenen. Adem drie keer uit, telkens wat langer uit dan in. Noem dan in gedachten vijf dingen die u ziet, vier die u hoort en drie die u voelt. Klaar. U heeft uw zintuigen weer in de wereld gezet in plaats van in uw hoofd. De NHS noemt deze techniek bij het omgaan met stress: aandacht op zintuigen haalt u uit de piekerstroom.
Hoe gebruikt u gronden in de praktijk?
Gronden werkt het best als u het koppelt aan vaste momenten: voor een vergadering, na de lunch, voor u de deur uitgaat, voor het slapen. Eén moment van drie minuten per dag is meer waard dan een half uur op zondag. Na twee weken merken de meeste mensen dat ze sneller merken dat ze ongegrond raken; dat opmerken is al de helft van het werk.
Wat is het verschil met meditatie?
Gronden en meditatie werken met hetzelfde gereedschap, de aandacht, maar met een ander doel. Meditatie is een oefening die u apart zet, in stilte, voor een vast aantal minuten. Gronden is een handeling in het moment: u doet hem staand in een vergaderkamer, zittend in de auto, lopend naar de deur. Wie mediteert grondt zich meestal ook, maar u hoeft geen meditatiebeoefenaar te zijn om te gronden. De oefening hier is bewust zo eenvoudig gehouden dat u hem midden in een drukke dag kunt doen zonder dat iemand het merkt.
Wanneer helpt gronden niet?
Gronden is een oefening voor alledag, geen behandeling. Bij paniekklachten, flashbacks of een traumatische ervaring kan aandacht naar binnen juist verkeerd uitpakken. In die gevallen werkt u beter samen met een behandelaar; de oefening hier is bedoeld voor de gewone dagelijkse overprikkeling die iedereen kent.
De maatstaf van gronden is bescheiden: niet of u zich ontspannen voelt, maar of u na drie minuten beter weet waar u staat, letterlijk en figuurlijk. Wie dat vaker per dag opmerkt, merkt ook dat de dag minder over hem heen walst. Dat is het hele doel, en het is genoeg. Begin morgen met één vast moment, direct na het opstaan of voor het middageten, en laat de gewoonte twee weken groeien voordat u een tweede moment toevoegt.
Hoe bouw je gronden in je dag in?
De oefening werkt het best als je haar niet aan momenten van crisis overlaat maar aan de overgangen van je dag. Drie plekken lenen zich daarvoor: direct na het opstaan, voordat de telefoon de dag claimt; bij elke verplaatsing, de trap, de auto, de deur van de vergaderkamer; en 's avonds als laatste handeling voor het slapen. Die momenten waren er toch al; je vult ze alleen met dertig seconden aandacht in plaats van met de volgende gedachte. Na twee weken merk je dat de overgangen zelf rustiger werden, alsof de dag kortere adem kreeg.
Houd de oefening zo klein dat je haar niet kunt overslaan. Dertig seconden, drie ademhalingen met je voeten op de grond en één vraag: waar sta ik nu, letterlijk en figuurlijk? Op dagen dat alles meezit voelt ze overbodig; dat is precies de dag waarop je haar moet doen, want gewoontes die je alleen in de stress gebruikt zijn in de stress ook het eerst weg. De waardering komt later: na een maand gronden op vaste plekken merk je dat je eerder voelt wanneer je je grond verliest, en dat vroegere voelen is het echte resultaat. Je vangt de dag niet meer op het eind maar bij het begin van het loslaten.
Je lijf was de hele tijd de plaats waar je al was; gronden is alleen de aandacht die dat opmerkt. Wie zijn voeten eenmaal leerde voelen, vindt daarna in elke wachtrij en elke vergadering een anker dat niemand ziet.